Wisselteelt is niets anders dan het per seizoen wisselen van gewas op bepaalde stukken van de tuin.
Dit doe je om meer opbrengst te krijgen: Elk gewas heeft eigen eigenschappen, zo voeden peulgewassen de grond met stikstof, en daar profiteren koolgewassen het volgende seizoen weer van.
Ook is het nodig om het risico op schimmels en ziektes te verkleinen: aardappelen en ook tomaten zijn hier zo gevoelig voor, dat wisselteelt zelfs verplicht is.
De tuinen van onze vereniging zijn daarom allemaal ingedeeld in drie vakken, vak A, B en C, waarbij de aardappelen elk jaar in een ander vak moeten worden geplant.
Vergeet niet dat tomaten tot de nachtschade behoren, net als aardappelen, en dus ook voor de zelfde ziekte gevoelig zijn.
Deze staan vaak in de kas en die wordt niet per jaar verplaatst. Het is daarom goed dat je de grond waar de tomaten in gegroeid hebben ieder jaar verwijderd en die verspreid over de grond van het vak waarin de aardappel hebben gestaan. En neem nieuwe grond uit het vak waar de aardappelen dit jaar in moeten. Dit is niet verplicht, maar wel nuttig.

Een belangrijk punt bij wisselteelt is wat kan je dit seizoen planten op de grond waar vorig seizoen iets anders heeft gestaan.
In onderstaand overzicht wordt aangegeven wat beter niet, maar ook wat gerust wel na elkaar geplant kan worden. Hierbij wordt gesproken van “zware eters”, daarmee worden gewassen bedoeld die de grond erg uitputten, waardoor een tekort aan voedingstoffen en mineralen kan ontstaan. In een nieuw seizoen kan daar wel een andere zware eter op geteeld worden, maar zorg dan wel voor voldoende aanvulling door toevoeging van mest, compost en aanvullende bodemverbeteraars.
| Gewas | Beter niet na ….. | Goed na ….. |
|---|---|---|
| Aardbeien | Framboos, braam (delen bodemziekten) Sla, spinazie, wortel (delen gevoeligheid voor aaltjes) Koolgewassen, pompoen, courgette (na meerdere jaren aardbeien is de grond te uitgeput voor deze “zware eters” | Ui en knoflook Peulvruchten (helpen de bodem te herstellen) Biet en radijs (minder gevoelig dan wortel) |
| Courgette en pompoen | Koolgewassen (net als courgettes en pompoenen zijn dit “zware eters” en wordt de grond te veel uitgeput) Sla en spinazie (gevoelig voor schimmels, vooral bij natte zomers kan dit problemen geven | Ui en knoflook Peulvruchten (herstellen stikstofbalans) Wortel, pastinaak, biet |
| Koolgewassen | Koolgewassen zijn zware eters en gevoelig voor specifieke bodemziekten. Na kolen is wisselteelt extra belangrijk. Radijs, rammenas, raapstelen (delen dezelfde ziekten en plagen) Pompoen, courgette, maïs ( ook zware eters) | Peulvruchten Ui en knoflook Sla, spinazie (alleen als er geen aaltjesproblemen bekend zijn) |
| Aardappel | Tomaat, paprika, aubergine (ook nachtschade gewassen) Wortel, sla, spinazie (gevoelig voor aardappel-aaltjes) Koolgewassen, pompoen en courgette (voor zware eters is de bodem vaak sterk verarmd na aardappelen) | Peulvruchten (herstellen bodem en stikstof) Ui en knoflook Biet en radijs Groenbemesters (Aardappelen maken de grond vaak mooi los. Dat is ideaal om daarna een groenbemester te zaaien) |
| Komkommer | Augurk, courgette, pompoen, meloen (familie van de komkommer) Koolgewassen (de bodem is vaak sterk uitgeput na komkommers) Sla, spinazie (gevoelig voor schimmels bij natte grond, vooral bij natte zomers kan dat problemen geven) | Peulvruchten (herstellen bodem en stikstof) Ui en knoflook Wortel, biet, pastinaak |
| Peulvruchten | Peulvruchten zijn stikstofbinders: ze verrijken de bodem met stikstof via wortelknolletjes. Dat maakt de grond minder geschikt voor gewassen die slecht tegen stikstofrijke grond kunnen: wortel, pastinaak, rozemarijn, Tijm, lavendel, salie en bonenkruid | Koolgewassen (profiteren van stikstof) Sla, spinazie, andijvie Maïs Pompoen, courgette, komkommer |
| Uien en knoflook | Peulvruchten (Alliums remmen de stikstofbindende bacteriën die peulvruchten nodig hebben) Andere Alium gewassen (prei, bieslook,sjalotten) | Koolsoorten, wortelen en Pastinaak, aardappelen, Tomaten en paprika |
| Sla | Spinazie, andijvie, rucola en snijbiet (deze gewassen en sla vergroten de kans op bodemgebonden ziekten (zoals schimmels) en put dezelfde voedingsstoffen uit, m.n. stikstof) Peterselie en koriander (last van bodemmoeheid na bladgroenten) | Peulvruchten (brengen stikstof terug in de bodem) Wortelgewassen (wortel, radijs, biet) Vruchtgewassen (tomaat, komkommer, courgette) Ui en knoflook |
| Wortel | Knolselderij, rode biet (verhogen kans op bodemziekten, zoals wortelvlieg en aaltjes en eenzijdige uitputting) Venkel, knolvenkel en peterselie (deze delen vaak dezelfde ziekten en plagen) Sla en spinazie (net als sla gevoelig voor aaltjes) | Peulvruchten (herstellen de bodem met stikstof) Ui en knoflook Koolgewassen |
| Tomaat | Aardappel, paprika, aubergine (allemaal nachtschade, daardoor grote kans op bodemziekten zoals phytophthora en verwelkingsziekten) Sla en spinazie (net als tomaat gevoelig voor aaltjes) | Peulvruchten (herstellen de bodem met stikstof) Ui en knoflook Wortelgewassen (wortel, radijs, biet) Koolgewassen |
Samenvattende vuistregels:
- Niet dezelfde familie opvolgen
- Zware eter → daarna rust of peulvrucht
- Aaltjes of schimmel gehad? Extra voorzichtig
- Wisselteelt + compost = succes
Meer uitleg en een schema hoe je wisselteelt kan toepassen vind je bijvoorbeeld op de site van Gardenersworld.
Terug