Snoeien

Algemene tips bij het snoeien.

Probeer zoveel mogelijk te snoeien in de tijd dat de snoeiwond snel kan
overgroeien. Dit is wanneer de struik actief is (van mei tot september). Snoeien
in de winter is dus niet ideaal.
* Snoei met het juiste gereedschap en zorg ervoor dat het scherp is.
Voordelen hiervan zijn: betere snoeiresultaten (dus gladde en gave snoeiwonden die sneller
overgroeien), grotere veiligheid tijdens het werk en minder vermoeidheid.
* Snoei nooit bij vriezend weer of in de brandende zon. De snoeiwonden
drogen dan te snel in en zullen minder snel overgroeien.
* Zorg ervoor dat snoeiwonden zo klein mogelijk zijn, dit vermindert de kans
op infectie en draagt bij tot een snellere overgroeiing.
* Laat indien mogelijk geen zogenaamde “kapstokken” (takstompen) staan,
maar snoei terug tot aan de aanzet van de tak of tot de aanzet van een sterke,
gezonde zijtak.

De onderhoudssnoei

Er zljneen aantal algemene regels die gelden voor het snoeien van iedere struik.
Dit noemen we de onderhoudssnoei. Hieronder worden deze snoeiregels kort
toegelicht

Algemene snoeiregels

Verwijder:
* Wortelopslag van de onderstam
Bij geënte heesters kan soms de
onderstam uitlopen. Deze opslag
ontneemt veel energie aan de ent en zal
deze na verloop van tijd overgroeien.
* “Teruggelopen” takken
Bijvoorbeeld bij bonte heesters kan de
oorspronkelijke (groene) kleur in
sommige takken terugkomen. Deze
takken moet men zo snel mogelijk
verwijderen om te voorkomen dat de
terugloop naar groen de overhand krijgt.

* Dode en zieke takken
Deze takken vergroten de kans op infectie van de struik.
Snoei de takken altijd tot ruim in het gezonde hout terug, wanneer mogelijk de hele tak verwijderen.
* Gebroken takken
Vlak boven de plaats waar een tak gebroken is, ontstaan nieuwe scheuten, dit is meestal niet net boven de grond en tast dus de groeivorm aan.
* Kruisende en schurende takken
Door de stand van de takken kunnen schuurwonden op andere takken ontstaan, die dan infectieplaatsen of zwakke plekken vormen.

Terug

Top